Veiligheid
Werken op een schuin dak: steiger, dakrandbeveiliging of lijn?
· 7 minuten lezen
Deze uitleg gaat over de regels in Nederland en België.
Op een schuin dak hoort een steiger of dakrandbeveiliging langs de goot. De bouwsector heeft afgesproken dat dit moet zodra het werk per woning en per dakvlak meer dan 3 manuren kost. Alleen bij eenmalig korter werk, en als een veilige werkvloer technisch niet lukt, mag een lijn. Bij een verwachte windkracht 6 gaan ladders en aluminium rolsteigers niet meer mee, bij windkracht 7 stopt het werk op het dak.

Wanneer is een dak schuin?
Het A-blad Hellende daken van Volandis, waarin werkgevers en werknemers in de bouw hun afspraken hebben vastgelegd, trekt twee grenzen. Een dak met een helling tot en met 10 graden telt als plat dak. Boven 75 graden heet het gevelbekleding. Alles daartussen is een hellend dak. Voor het platte dak gelden andere afspraken: die staan in ons artikel over het platte dak.
De hoofdregel: een steiger of dakrandbeveiliging
De wet is dezelfde als op elk ander dak. Artikel 3.16 van het Arbobesluit vraagt bij valgevaar eerst een veilige werkvloer, hekwerk of leuning, en geeft maatregelen die iedereen beschermen voorrang op maatregelen die één persoon beschermen.
Het A-blad maakt dat concreet met een tijdsgrens:
- Meer dan 3 manuren per woning en per dakvlak: collectieve valbeveiliging, dus een steiger of dakrandbeveiliging.
- Meerdere korte klussen in één project: ook collectieve valbeveiliging, hoe kort elke klus ook is.
- Eén korte klus van minder dan 3 manuren: een lijn mag worden overwogen, maar alleen als er technische belemmeringen zijn om op een andere manier een veilige werkvloer te maken. Een hoogwerker met werkbak telt ook als veilige werkvloer.
Manuren tellen op: twee mensen die twee uur op hetzelfde dakvlak werken, zijn samen vier manuren. Een dakvlak is daarbij hooguit één woning groot. De voor- en achterkant van het dak zijn twee dakvlakken.
Wat telt als dakrandbeveiliging?
Aan de gootzijde noemt het A-blad deze oplossingen, in volgorde van voorkeur:
- een steigervloer met leuningen;
- een triangelbrug die geschikt is als valbeveiliging;
- een hefsteiger;
- een prefab gootsteiger op ophangschoenen in de gevel;
- leuningwerk op de gootrand, alleen bij een dakhelling tot 60 graden;
- een veiligheidsnet van minstens 1,80 meter hoog, gemeten haaks op het dak, of 2 meter horizontaal buiten de goot;
- een gootsteiger van ophangjukken en vlonders, alleen tot een werkhoogte van 6 meter.
De leuning is minstens 1 meter hoog, met een dubbele leuning en een kantplank van 15 centimeter, en nergens een opening groter dan 47 centimeter. Voor pannendaken ligt de steigervloer hooguit een halve meter onder de goot. Steunt de beveiliging in de goot, dan moet aantoonbaar zijn dat de goot sterk genoeg is.
Ligt de nok meer dan 5 meter boven de dakvoet, verticaal gemeten, dan is er naast de beveiliging bij de goot ook een tussenbeveiliging op het dakvlak nodig.
Kort werk aan een lijn: de volgorde
Ook bij een lijn is er een volgorde.
- Gebiedsbegrenzing. Een harnasgordel met een korte, vaste lijn zonder valdemper. De lijn is zo lang dat je nooit over de rand van het dak kunt vallen.
- Individuele valbeveiliging. Alleen als gebiedsbegrenzing technisch niet kan: een harnasgordel met een vanglijn en schokdemper, die een val opvangt.
Waar je de lijn aan vastmaakt, is minstens zo belangrijk:
- aan een goedgekeurd veiligheidssysteem of een ankerpunt dat aan het gebouw vastzit;
- of aan een dakladder die zelf voldoende sterk is verankerd;
- nooit aan de panlatten. Het A-blad verbiedt dat bij pannendaken uitdrukkelijk.
Ankerpunten horen bij het gebouw. De eigenaar moet kunnen laten zien dat ze veilig bruikbaar zijn, bijvoorbeeld met een recent keuringsbewijs. Vraag daarnaar voor je het dak op gaat. Werk je met een gordel, dan moet ook het plan voor de bedrijfshulpverlening daarop zijn afgestemd.
De dakladder
Een dakladder ligt op het dakvlak. Je loopt er veiliger mee over het dak en werkt in een betere houding. Het A-blad stelt er strakke grenzen aan:
- alleen voor werk dat hooguit 1 uur aaneengesloten duurt;
- het werk zit binnen 1 meter van de ladder;
- beide voeten blijven op de ladder;
- er is collectieve valbeveiliging, of je bent zelf apart aan een ankerpunt gezekerd;
- de ladder is geborgd aan haken die over de nok reiken, of aan een deugdelijk ankerpunt volgens NEN-EN 517. Onderaan in de goot zetten mag alleen als de gootconstructie dat toelaat.
Hoe kom je op het dak?
Bij pannendaken is de beste oplossing volgens het A-blad het dak van binnenuit bereikbaar maken, door een dakluik of een dakkapel. Gaat het met een ladder, dan gelden deze maten:
- een ladder overbrugt hooguit 7,5 meter;
- hij steekt 1 meter boven het vlak uit waar je op stapt;
- hij staat op een draagkrachtige ondergrond, kan niet wegzakken of wegglijden en is bovenaan verankerd;
- je stapt opzij af, of gebruikt een ladderdoorstap.
Meer over de ladder tegen de goot staat in ons artikel over de dakgoot.
Alleen de goot inspecteren of repareren
Hiervoor heeft het A-blad een eigen regel. Een goot tot 5 meter hoog mag je staand op een ladder inspecteren en repareren, als:
- de ladder goed tegen de goot kan staan en onder en boven is geborgd tegen wegschuiven;
- de totale werktijd niet meer dan 2 uur is;
- je niet verder reikt dan één armlengte;
- de goot zo stabiel is dat hij niet vervormt.
Lukt dat niet, of ligt de goot hoger, dan is het uitgangspunt van het A-blad: werken vanaf een steiger of een andere veilige werkplek.
Zonnepanelen, dakramen en dakkapellen
Voor werk aan één pand noemt het A-blad een paar vaste punten:
- een veilige werkvloer met valbeveiliging langs de goot;
- de leuning is aan elke kant 1 meter langer dan de strook waar je op het dak werkt;
- onderdelen zwaarder dan 23 kilo of groter dan 1 bij 2 meter gaan mechanisch omhoog;
- elektrisch werk is voor iemand die daarvoor is opgeleid.
Weer en wind
- Verwachte windkracht 6 of meer: het werk op aluminium rolsteigers stopt en ladders worden niet gebruikt.
- Windkracht 7 op het dak: het werk op het dak en het hijsen stoppen.
- Regen, sneeuw, ijzel of aanvriezen: het dak wordt glad en de kans op uitglijden neemt toe.
Het A-blad vraagt om vooraf af te spreken bij welke windkracht het werk stilligt. Aan de kust en bij hoge gebouwen kan het harder waaien dan verwacht. Meer over wind lees je in ons artikel over ladders en wind.
België
De Belgische Codex noemt in de titel over werken op hoogte geen uren en geen hoogte. Wel dezelfde volgorde: de werkgever zorgt voor beveiliging tegen vallen en geeft collectieve bescherming voorrang op persoonlijke. Wat er op een bepaald dak nodig is, volgt uit de risicoanalyse. Meer daarover in ons artikel over de Codex.
Veelgestelde vragen
Mag ik zonder steiger een paar dakpannen vervangen?
Alleen als het een eenmalige klus is van minder dan 3 manuren op dat dakvlak, en een veilige werkvloer technisch niet lukt. Dan werk je aan een lijn die aan een deugdelijk ankerpunt vastzit. Zijn het meerdere klussen in één project, dan hoort er collectieve valbeveiliging.
Mag ik mijn lijn aan de panlatten vastmaken?
Nee. Het A-blad zegt uitdrukkelijk dat panlatten bij pannendaken niet gebruikt mogen worden om een veiligheidslijn aan vast te maken.
Hoe lang mag ik op een dakladder werken?
Hooguit 1 uur aaneengesloten, met het werk binnen 1 meter van de ladder en beide voeten op de ladder.
Bij welke windkracht stop je?
Bij een verwachte windkracht 6 gebruik je geen ladders en geen aluminium rolsteiger meer. Bij windkracht 7 op het dak stopt het werk op het dak.
Geldt dit ook voor zzp'ers?
De wet wel: artikel 9.5 van het Arbobesluit noemt artikel 3.16 en de artikelen 7.23 tot en met 7.23d als regels die een zelfstandige zelf naleeft. Het A-blad is een afspraak van werkgevers en werknemers in de bouw, bedoeld voor alle dakdekkersbedrijven in Nederland.
Bronnen
- Arbeidsomstandighedenbesluit, artikelen 3.16, 7.23 en 9.5
- A-blad Hellende daken (Volandis, vierde druk 2018)
- Codex over het welzijn op het werk, Boek IV, Titel 5 (FOD Werkgelegenheid)
Dit artikel is een praktische uitleg en geen juridisch advies. De bronnen zijn gecontroleerd op 8 oktober 2026.
