materiaal
EN 131 uitgelegd: waar je op let als je een ladder koopt
· 6 minuten lezen
Deze uitleg gaat over de regels in Nederland.
EN 131 staat op bijna elke ladder, maar wat betekent het? Wat het verschil is tussen een professionele en een huishoudelijke ladder, waarom ladders boven drie meter een bredere voet hebben, en wat je op de sticker moet nakijken.
Een sticker die je wel even moet lezen
Op vrijwel elke ladder in de bouwmarkt staat EN 131. Dat is de Europese norm voor draagbare ladders: hij legt vast hoe een ladder eruit moet zien, hoe sterk hij moet zijn en hoe hij getest wordt. Zonder die norm zou je twee ladders naast elkaar zien staan zonder enige manier om te weten welke de zwaardere is.
Maar EN 131 is geen keurmerk dat zegt "dit is een goede ladder voor jouw werk". Het is een verzameling eisen, en er zit meer onder die sticker dan de meeste kopers weten.
Professioneel of huishoudelijk
Dit is het belangrijkste onderscheid, en het staat op de ladder zelf. Sinds de herziening van de norm worden ladders ingedeeld in twee soorten:
- Professioneel. Bedoeld voor dagelijks gebruik op het werk. Zwaarder uitgevoerd en getest op meer en strengere proeven.
- Niet-professioneel. Bedoeld voor thuis, voor af en toe een schilderij ophangen of een lamp vervangen.
Werk je ermee, dan heb je de professionele versie nodig. Niet omdat de andere meteen bezwijkt, maar omdat hij niet is getest op de belasting van elke dag in en uit de bus, en omdat je bij een ongeval moet kunnen uitleggen dat je geschikt materiaal hebt gekozen. Dat is precies waar het bij aansprakelijkheid op vastloopt.
Waarom nieuwe ladders een bredere voet hebben
Valt je op dat lange ladders tegenwoordig onderaan een dwarsbalk hebben? Dat is geen verkooptruc. De norm schrijft voor dat een leunladder langer dan drie meter aan de voet breder moet zijn, met een stabilisatiebalk of uitklapbare voeten.
De reden is simpel: hoe langer de ladder, hoe verder een kleine beweging bovenin doorwerkt naar beneden. Een bredere voet maakt kantelen een stuk moeilijker. Heb je nog een oudere ladder zonder die balk, dan is hij niet verboden, maar hij is wel minder stabiel dan wat er nu wordt verkocht.
150 kilo, en wat dat getal betekent
Ladders volgens EN 131 worden getest met een belasting van 150 kilo. Let op: dat is de testbelasting van de norm, niet het gewicht dat je er rustig op mag zetten. Jouw gewicht telt mee, maar ook je gereedschap, een emmer, een rol dakleer en de kracht waarmee je trekt of duwt terwijl je boven staat.
De delen van de norm
EN 131 bestaat uit meerdere delen. De belangrijkste voor de praktijk:
- Deel 1 en 2: de eisen, de afmetingen en de proeven waarmee een ladder wordt getest.
- Deel 3: de markering en de gebruiksaanwijzing die meegeleverd moet worden.
- Deel 4: ladders met scharnieren, zoals vouwladders.
- Deel 6: telescopische ladders.
Koop je een telescopische ladder, kijk dan of er specifiek naar deel 6 wordt verwezen. Dat is de enige manier om te weten dat hij is getest op het inschuifmechanisme, en dat is precies het onderdeel dat bij goedkope exemplaren faalt.
Wat je nakijkt voordat je afrekent
- Staat er een markering op de ladder zelf, niet alleen op de verpakking?
- Staat erbij of hij professioneel of niet-professioneel is?
- Zit er een gebruiksaanwijzing bij, in het Nederlands?
- Zijn de voeten vervangbaar? Die slijten als eerste, en een ladder afschrijven om twee rubbertjes is zonde.
- Zitten de sporten stevig vast in de bomen, zonder speling als je eraan wrikt?
Wat de norm niet doet
EN 131 zegt alles over de ladder en niets over hoe jij hem gebruikt. Een gecertificeerde ladder die verkeerd staat opgesteld of niet is vastgezet, is even gevaarlijk als een slechte. Hoe je dat oplost, lees je in ladder vastzetten.
