Naar de hoofdinhoud
Menu
 

veiligheid

Ladder vastzetten: zo voorkom je dat hij wegglijdt

· 5 minuten lezen

Deze uitleg gaat over de regels in Nederland.

De meeste ladderongevallen beginnen niet met een misstap, maar met een ladder die wegglijdt. Vier manieren om dat te voorkomen, en welke in welke situatie werkt.

Niet vallen, maar wegglijden

Als je mensen vraagt hoe een ladderongeval gebeurt, denken ze aan iemand die zijn evenwicht verliest. In de praktijk gaat het meestal anders: de ladder zelf beweegt. De voet schuift weg over een natte tegel, of de kop glijdt zijwaarts langs een gladde gootrand terwijl je naar links reikt.

Dat verschil is belangrijk, want het betekent dat je het grootste risico wegneemt voordat je de eerste sport pakt.

Eerst de hoek, dan de rest

Een ladder staat goed onder ongeveer 75 graden. De vuistregel: een kwart van de steunlengte als afstand tot de muur. Staat de ladder met vier meter tegen de gevel, dan staat de voet een meter uit de muur.

Controleren kan zonder meetlint. Ga met je tenen tegen de ladderbomen staan en strek je armen recht vooruit. Raken je handpalmen precies de sport op schouderhoogte, dan zit de hoek goed. Staat de ladder te steil, dan kantelt hij naar achteren zodra je je gewicht naar buiten brengt. Staat hij te vlak, dan glijdt de voet weg.

Steek de ladder bij het beklimmen van een dak of platform minstens een meter boven de dakrand uit. Anders heb je niets om aan vast te houden op het moment dat je overstapt, en dat is precies het moment waarop het misgaat.

Vier manieren om hem vast te zetten

Op volgorde van hoe betrouwbaar ze zijn.

  • Aanbinden aan de kop. Een band of touw om beide bomen, vast aan een verankeringspunt. Dit is de sterkste oplossing en de enige die zowel zijwaarts als naar achteren houdt. Nadeel: je moet boven zijn om hem vast te maken, wat precies het risico is dat je wilde vermijden.
  • Een klem of grijper op de gootrand. Die pakt de goot vast en houdt de kop op zijn plek, ook als je zijwaarts reikt. Je zet hem vanaf de grond of vanaf de ladder vast, zonder eerst naar boven te hoeven.
  • Een ladderhaak of nokhaak. Bij werk op een schuin dak haak je de ladder over de nok of over de dakrand. De ladder kan dan niet meer zijwaarts of naar beneden schuiven.
  • Een stabilisatiebalk aan de voet. Die maakt de ladder aan de onderkant breder, waardoor hij veel minder snel kantelt. Sinds de herziening van de norm zit die balk standaard op nieuwe ladders boven de drie meter.

Wat niet werkt

Drie dingen die je vaak ziet en die je beter kunt laten:

  • Iemand die de ladder vasthoudt. Dat helpt alleen tegen wegglijden van de voet bij een korte klus op beperkte hoogte. Zodra de ladder echt in beweging komt, houdt niemand hem tegen.
  • Een steen of een stuk hout tegen de voet. Dat verschuift mee zodra er kracht op komt te staan.
  • Een touwtje aan de regenpijp. Een regenpijp is bevestigd met beugels die niet zijn gemaakt om een mens plus ladder te houden.

De ondergrond telt net zo zwaar

Een perfect vastgezette ladder op een verkeerde ondergrond is nog steeds onveilig. Let op zand en grind, op natte bladeren, op gladde tegels en op een ondergrond die afloopt. Sta je op een helling, gebruik dan een ladder met verstelbare voeten in plaats van hem op te vullen met wat er toevallig ligt.

Wat je in de bus zou moeten hebben

Voor wie dagelijks op een ladder staat is dit het minimum: antislipvoeten die nog niet versleten zijn, een spanband om aan te binden, en een klem of haak die past bij het werk dat je meestal doet. Bij elkaar kost dat minder dan één dag stilstand na een ongeval.

Terug naar de kennisbank