veiligheid
Ladderkeuring: wat de wet vraagt en wat het kost als je het niet doet
· 5 Min. Lesezeit
Diese Erläuterung betrifft die Vorschriften in den Niederlanden.
Ladders moeten periodiek gekeurd worden door een deskundige. Wie dat niet kan aantonen na een ongeval, staat er bij de rechter slecht voor: de werkgever moet namelijk zelf bewijzen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen.
De vraag die pas gesteld wordt als het al misgegaan is
Zolang er niets gebeurt, kijkt niemand naar je ladders. Maar op de dag dat iemand valt, is de eerste vraag van de arbeidsinspectie en van de verzekeraar altijd dezelfde: kunt u laten zien dat dit materiaal gekeurd was?
Kun je dat niet, dan begint het gesprek al met een achterstand. En de wet is op dat punt strenger dan de meeste ondernemers denken.
Wat de wet precies vraagt
Het Arbobesluit bepaalt in artikel 7.4a dat arbeidsmiddelen periodiek gekeurd moeten worden door een deskundige. Voor klimmateriaal staat het daarnaast nog eens apart in artikel 7.23: je moet je ladders regelmatig laten controleren.
Er staat geen vast aantal maanden in de wet zelf. De praktijknorm die daarvoor gebruikt wordt is NEN 2484, en die is duidelijk:
- Professioneel gebruik: minstens één keer per jaar.
- Intensief gebruik, zoals op bouwplaatsen en bij aannemers, in de praktijk elk half jaar.
- Licht gebruik: minstens eens per twee jaar.
Ligt je ladder dagelijks op de bus, dan val je onder de eerste twee. Dat is geen grijs gebied.
Wie mag er keuren?
Een keuring moet door een deskundige gebeuren, maar dat hoeft niet per se een extern bedrijf te zijn. Het kan ook iemand in je eigen ploeg zijn die daarvoor is opgeleid, bijvoorbeeld een voorman of je preventiemedewerker.
Wat wél moet: er moet bewijs op de werkplek liggen dat de keuring is uitgevoerd. Digitaal of op papier, dat maakt niet uit, maar het moet te tonen zijn. Een keuringssticker op de ladder plus een registratie waarin staat wie wanneer wat heeft gekeurd, is de gebruikelijke vorm.
Waarom dit eigenlijk over aansprakelijkheid gaat
Hier zit het deel dat de meeste mensen niet weten, en het is het belangrijkste van dit hele artikel.
Bij een arbeidsongeval geldt artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat dat de werkgever verantwoordelijk is voor het onderhoud van gereedschap en voor de maatregelen en instructies die schade moeten voorkomen. En dan volgt de bepaling die het verschil maakt: de bewijslast is omgekeerd.
Normaal moet degene die iemand aanspreekt bewijzen dat de ander fout zat. Hier niet. Bij een bedrijfsongeval moet de werkgever bewijzen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Lukt dat niet, dan is hij aansprakelijk voor de schade.
Alleen als je kunt aantonen dat je alles op orde had, of als er sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer, kom je eronderuit. Dat laatste is een zware toets en wordt zelden aangenomen.
In gewone taal: een map met keuringsrapporten is niet bureaucratie, dat is je verdediging.
Wat een keuring níét dekt
Let op een misverstand dat we vaak horen. Een gekeurde ladder betekent dat het materiaal in orde is. Het zegt niets over de manier waarop hij gebruikt wordt.
Als er veertig minuten achter elkaar vanaf gewerkt wordt terwijl de wet vijftien minuten toestaat, dan heb je nog steeds een probleem, ook met een verse sticker erop. De zorgplicht gaat namelijk ook over toezicht en instructie. In dit artikel leggen we uit welke gebruiksregels er precies gelden.
Wat je deze week kunt doen
- Tel je ladders en schrijf ze op. Merk, type, waar hij ligt, en wanneer hij voor het laatst is gekeurd. Zonder lijst kun je niets aantonen.
- Prik een vaste maand. Eén moment per jaar waarop alles langsloopt, is makkelijker vol te houden dan losse data per ladder.
- Bewaar het bewijs waar het nodig is. Een rapport op kantoor helpt niet als de inspectie op de bouwplaats staat. Zorg dat het ook digitaal te tonen is.
- Kijk niet alleen naar de ladder, maar ook naar de opstelling. Bij de meeste ongevallen bezwijkt de ladder niet, maar glijdt hij weg of kantelt hij opzij. Een keuring vangt dat niet af, een goede opstelling en een deugdelijke bevestiging aan de goot of dakrand wel.
Twijfel je wat er in jouw situatie nodig is, vraag het gerust. Wij kijken met je mee naar het werk dat je doet en wat daarbij past.
Dit artikel is bedoeld als praktische uitleg en niet als juridisch advies. De regels staan in het Arbobesluit hoofdstuk 7 en in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek.
